Ik ga op vakantie en neem mee…een eetstoornis?!

Dit verhaal is geschreven door Marielle

We zitten midden in het vakantieseizoen. Of misschien ben je net terug? Voor mijzelf is op vakantie gaan – net als met bijvoorbeeld de feestdagen – heel dubbel. Aan de ene kant sta je te juichen: je krijgt een kans om nieuwe dingen te zien en positieve ervaringen op te doen. Helemaal eruit zijn en even geen verplichtingen. Aan de andere kant maakt juist het onverwachtse aspect de vakantie ook een tikkeltje beangstigend.

Thuis ken ik alle producten, maar hoe weet ik nou wat ik in het buitenland zou kunnen nemen? Koken doe je op vakantie niet of minder: dus je mag uiteten gaan.

Mijn eetstoornis toetert direct in mijn oor: “In de supermarkt op calorieën letten, dadelijk neem je veel meer dan thuis. Uiteten gaan is ongezond (wat hebben ze er allemaal doorheen gedaan!) en je krijgt altijd een grotere portie dan thuis.”

Gelukkig heb ik ook een hart dat zijn woordje klaar heeft. “Je hebt nu al een tijdje geëxperimenteerd, bent steeds dichterbij het op gevoel eten. Dan hoef je geen calorieën meer te tellen. En eten is meer dan calorieën, de verhouding tussen alle stofjes (eiwitten, suikers, etc.) daar gaat het om. Je weet toch dat iets veel en veel beter smaakt als je het niet weet? Dat je er dan echt van kan genieten? En die ene keer dat het een beetje meer is, ga je daar nou dood van? Ja? Hoe zie je dat dan voor je? Hoe wil je genoeg energie blijven houden om al die nieuwe dingen te bewonderen, zonder je lichaam daarvoor te geven wat het nodig heeft?” & “Uiteten gaan is een kans! Je kunt weer nieuwe smaken ervaren, want ja, het is inderdaad anders dan thuis. Opnieuw geldt dat je op gevoel kunt eten. Niemand zegt dat je alles op moet eten (alleen je perfectionistische innerlijke stem, terwijl de eetstoornis heus niet direct de overhand krijgt als je - net als je medereisgenoten - na ongeveer driekwart van het bord stopt omdat je niet meer kan). Enne… Het draait niet allemaal om eten, hè? In een restaurant aan een tafel zitten en vakantieherinneringen maken / ophalen… Klinkt gezellig toch?”

Ik ben nagegaan hoe ik mijn ‘problemen’ ten aanzien van de vakantie kan omvormen tot uitdagingen.

Om duidelijk onderscheid te maken, helpt het mij om eerst op te schrijven wat ik allemaal zou willen en hoe ik de vakantie het prettigst zou vinden. Dit visualiseren doe ik met zo min mogelijk beperkingen. Op een andere pagina schrijf ik wat de eetstoornisstem mij influistert. Op deze manier heb ik altijd iets om naar terug te grijpen als mijn eigen stem opeens overschreeuwt wordt door de eetstoornis. Dat is dus op het moment dat ik in paniek raak en aan mijzelf ga twijfelen: Wat wil ik nou echt? En wie is ‘IK’ die praat nu?

Vervolgens kijk ik hoe reëel het is, of ik aankan wat ik heb opgeschreven. Elke dag meedoen met een stuk taart? Punt 1: mijn medereisgenoten nemen ook niet elke dag een stuk taart. Punt 2: Ik ben van de variatie en elke dag taart gaat vervelen, zelfs als je elke dag een andere soort zou nemen. Punt 3: Dat kan ik nog niet aan, waardoor compensatiegedrag op de loer zou liggen. Dat zou mijn hele uitdaging verpesten!

Wat kan ik doen? Ik spreek met mezelf af dat ik sowieso twee keer mee wil doen met een stuk taart, dus als mijn reisgenoten het ook nemen. De eetstoornisstem schreeuwt luid dat ik dan zeker megaveel aankom en dik zal worden. Maar klopt dat? Ha! Ik zie al voor me hoe mijn medereisgenoten een hap van hun taart nemen en dan PATSBOEM in één keer drie keer zo breed worden. Dat heb ik nog nooit meegemaakt, jij wel? Dus als zij het stuk taart met smaak opeten en gewoon dezelfde breedte houden, waarom zou dat dan niet voor mij gelden?

Ik vind het fijn om mijn eetstoornis-uitspraken te falsificeren. Een punt gescoord voor MIJ! En nu kan ik ook nog eens twee keer lekker genieten van een stuk taart, dubbele winst dus!

Voor mij blijft het lastig mijn wensen aan te geven, terwijl ik heus wel een mening heb over hoe ik zou willen dat de vakantie eruit ziet. Dat heb ik net zelfs zitten visualiseren!

Wat ik dus nog meer heb gedaan, is aan mijn reisgenoten vragen hoe zij de vakantie voor zich zien. Willen ze stadjes bezoeken? Willen ze wandelen in de bergen? Willen ze de hele dag aan het strand / bij het zwembad liggen? Houden zij een soort dagindeling aan zoals thuis of doet ieder waar hij op dat moment zin in heeft? Willen ze uitgaan?

En als je nog diep in je eetstoornis zit, hoe wil je dan dat daar op vakantie mee om gegaan wordt? Wil je aanmoediging ontvangen of wil je er niets over horen (stop je de eetstoornis niet in je koffer en laat je hem lekker thuis, om thuisgekomen hem meteen de deur te wijzen, nu je hebt ervaren hoe prettig dat is)? En willen/kunnen je reisgenoten de hulp bieden die jij van ze verlangt (geen valse verwachtingen!)?

Ik ervaar het als een voordeel om vooraf ‘ruzie te maken’, zodat je de tijd hebt om alles te laten bezinken en rustig je wensen over en weer kunt communiceren. Het beeld van de vakantie is nu niet alleen duidelijk voor jou, maar ook voor de mensen met wie je op vakantie gaat.

Zelf je eigen tussendoortje meenemen op vakantie?!

Het probleem van ander soort producten is goed op te lossen. Je kunt zelf je tussendoortjes uit Nederland meenemen. Een andere oplossing zou kunnen zijn vooraf op internet te kijken wat ze in de supermarkt hebben, aangezien je tegenwoordig bij de meeste supermarkten producten online kunt bestellen. In de meeste reisgidsen kun je ook terugvinden wat voor soort eten ze verkopen. In deze gidsen staat ook vaak welke voedingsmiddelen / voedselverkoopplaatsen je beter kunt vermijden, als je niet ziek wilt worden. Al met al kun je vooraf dus al een goed beeld vormen van wat er te krijgen is. Mocht je het dan alsnog moeilijk vinden, weet dan dat er altijd iemand bereid is die met je mee wil denken (al dan niet in de vorm van een diëtiste).

De eetstoornis ligt op de loer...

Wat nog meer op de loer kan liggen, is het uitstellen of juist plannen van teveel / te weinig eten. Je loopt door de stad en ziet een eettentje. Maar ja, nu is het nog geen lunchtijd. Dus nee, je loopt en kijkt nog even verder. Of misschien stop je wel bij het eerste tentje, om vervolgens naar het tweede en derde te gaan. Ik weet het niet. Stel dat je niets hebt gehaald. Een half uurtje later is het wel tijd om te eten. Geen eettentje meer te bekennen. Ha, net goed, roept een stem in je. Je hongerige maag komt er echter bovenuit…

Het handigste om de situatie van te weinig eten aan te pakken? Wees mild en kijk met zelfcompassie naar jezelf. Aan schuldgevoelens heeft niemand iets, je raakt er alleen nog dieper van in de put. Oké, je hebt het nu niet handig aangepakt. Je spreekt met jezelf af (en vertelt dit eventueel aan je reisgenoten) om een volgende keer voedsel mee te nemen. Dan heb je altijd iets achter de hand, als je het op het laatst toch te eng vindt. Iets anders dat je kunt doen, is kijken of ze bij het eerste eettentje iets hebben om mee te nemen. Als het dan een half uurtje later is, heb je toch iets lekkers om te eten.

Wat zijn jouw verwachtingen? 

Vaak komen mijn verwachtingen (van de vakantie) niet helemaal overeen met de werkelijkheid. Ik kan nog steeds mensen niet laten doen wat ik wil en hetzelfde geldt voor het weer. Het kan best een week lang regenen. Dan wil ik niet humeurig de vakantie uitzitten, een dagje humeurig mag nog, maar dan wil ik actie ondernemen. Ik neem mijn tekenspullen mee, want dat geeft mij binnen ontspanning. Of ik pak een boek om te lezen.

Kijk met liefde en humor naar jezelf

Sowieso probeer ik met liefde en humor naar mezelf en mijn verwachtingen te kijken. Niets is te gek, je wilt niet weten wat voor rare gedachten ooit door mijn hoofd geschoten zijn. Een uitdaging kan mislukken, dat is ‘het risico van het vak’. Maar dan heb je toch je best gedaan en het geprobeerd. Achteraf stilstaan bij waarom iets toch niet lukte, kan helpen om het een volgende keer wel te laten slagen. En als je toch een klein beetje hebt bereikt, is dat ook al een stap dichterbij je doel! Elke stap is een feestje waard.

Het vervelende aan vakantie vind ik trouwens het verplichte ‘heb plezier’ motto. Allereerst omdat je thuis ook plezier wilt (mogen) hebben. Daarnaast is vakantie voor mij een periode waarin niets moet, waarin alles mag. Dus ook een dagje chagrijnig zijn, zolang het – zoals hierboven ook staat – maar niet de hele vakantie duurt. Vooral luisteren naar wat mij energie zou geven, helpt dan.

O, bijna vergeten… Op vakantie gaan betekent misschien wel in een warm land komen, waarbij je niet in verhullende kleding wil gaan lopen zweten. Zelf heb ik dat probleem niet. Onze outdoor vakanties zijn altijd in bergen: afritsbroek & overhemdje aan; denk aan bejaarden met ANWB kleding. Dit is al van jongs af aan het geval en ik kan me absoluut niet druk maken over hoe (niet…) modieus ik erbij loop. Als het maar lekker zit, zodat ik het warm / koud genoeg heb en ik er lekker in kan bewegen. Bovendien: wie ken ik nou eenmaal, behalve de mensen met wie ik reis? Toch kan ik me voorstellen dat een zonvakantie (palmbomen, strand, zon: bikini?) stress kan oproepen. Ik moedig je aan mijn volgende blog over de hete zomer en kledingissues te lezen.

Voor iedereen die nog op vakantie gaat: Op naar verzamelen van herinneringen!

Voor iedereen die geweest is: Koester de herinneringen!

En wat ik ook nog wilde vragen: mochten jullie zelf nog tips hebben naar aanleiding van de issues die je zelf ervaart bij op vakantie gaat, laat het hieronder weten. Zo kunnen we elkaar helpen!