Als je haar maar goed zit...

Dit verhaal is geschreven door Mariëlle

"Als je haar maar goed zit!" 
Dat zijn mijn oma altijd. Ze bedoelde ermee: Wat maakt het allemaal uit? Eigenlijk maakte het dus ook geen reet uit of je haar wel of niet goed zat…

In de praktijk is het lastig toe te passen. Zeker in de tijd van dit warme weer. Of hebben jullie daar geen last van? In de winter kan je een dikke trui over je hoofd trekken en weg zijn de delen waarvoor je je schaamt. Camouflerende kleding is echter niet erg comfortabel in deze tijd of je zweet moet naar deo ruiken (geluksvogel!). De - bij het huidige tropische weer passende - onthullende kleding kan je onzeker maken. Want iedereen ziet toch dat je putjes in je dijen hebt? Of dat je omvang meer of juist veel minder dan gemiddeld is? Of dat je iets te lang in de zon hebt gelegen en verbrand bent?

Je weet 100 procent zeker dat dat meisje verderop daarom naar je zit te kijken. Nou eigenlijk lijkt dat best mee te vallen, de mate waarin anderen op je letten. Het is helemaal niet raar om het idee te hebben dat je opvalt. Immers, je bekijkt alles vanuit jezelf, vanuit een wereld waarin je zelf het middelpunt vormt. Dus voor jou krijgt alles wat met ‘jou’ van doen heeft logischerwijs meer aandacht.

Het ‘spotlight-effect’

In de literatuur (1) wordt dit het ‘spotlight-effect’ genoemd. Vrij vertaald: ‘Mensen hebben de neiging om te geloven dat ze meer in de sociale spotlight staan dan in werkelijkheid het geval is’. Zowel een in jouw ogen geweldige tijdrovende prestatie (een fotocollage maken voor een vriendin) als een onvergetelijke blunder (je hebt een koffievlek in je shirt) worden vaak niet door medemensen opgemerkt. In het onderzoek moesten deelnemers een T-shirt dragen dat echt niet kon of ze mochten een T-shirt dragen met een beroemdheid erop. Vervolgens kwamen ze in een groep mensen terecht. Bij beiden shirts schatten de deelnemers in hoeveel omstanders het shirt zouden opmerken. De inschatting lag bij beide shirts rond de 45%. In werkelijkheid viel het ‘not-done’ shirt bij 23% van de omstanders op en het shirt met de beroemdheid slechts bij 11%. Als de deelnemers aan het onderzoek de kans kregen zelf te wennen aan het shirt, zodat hun aandacht niet meer zo bij het shirt lag, was hun inschatting wél lager (1).

Als je nagaat dat dit onderzoek al uit 2000 stamt, dan lijken we toch niet veel gedaan te hebben met het resultaat. Althans, als ik zo vrij mag zijn om voor mezelf te spreken. Ik heb nog vaak het idee op te vallen of dat mensen naar mij kijken om een persoonlijke reden. Het grootste deel van mijn angst lijk ik echter zelf te creëren, door op mezelf gefocust te zijn en daaruit af te leiden hoe ik overkom op en beoordeeld word door anderen.

Mijn gedachten kan ik zelf veranderen

Gelukkig zijn dit vooral mijn gedachten. En die kan ik dus ook zelf veranderen. De laatste tijd maak ik me veel minder druk om hoe ik overkom. Ik zit lekker in mijn vel en denk dat mensen dat eerder zien. Bij dit warme weer denk ik daarom: ik doe iets aan waar ik mij nog lekkerder in voel. Dus niet een dun shirt met lange mouwen, maar gewoon dat topje. Niet die lange broek, maar een shortje. Als onbekenden kijken, dan zijn ze me na een minuut toch weer vergeten. Immers, achter mij loopt vast een volgend ‘slachtoffer’. En ga eens voor jezelf na: Hoeveel mensen heb je vandaag gezien? Wat voor kleur broek hadden die aan? Of hadden ze wel make-up op?

Bij mensen die ik langer ken, kijk ik zelf ook door de buitenkant heen. Ik maak meer connectie op zielsniveau dan op kledingniveau (die bovendien op basis van stemming en weer verschillen). En juist van die mensen krijg ik het vaakst een complimentje.

Ook krijg ik een oprecht bedankje als ik bijvoorbeeld help om iemand met kinderwagen de trein in te helpen. Ik denk niet dat ze het erg vinden wat ik aan heb (hoewel een moeder vast niet blij zou zijn met een doodshoofd shirt boven haar kind, maar dat vlekje in het shirt, who cares?). Als ik moeder was, zou ik veel meer waarde hechtte aan de actie dan aan de kledingkeus.

Om mijn kleding wil ik niet herinnerd worden, wel om mijn daden. Dus ik probeer zoveel mogelijk aan de uitspraak van mijn wijze (helaas overleden) oma te denken, met haar ‘Als je haar maar goed zit!

Bronnen geraadpleegd voor dit artikel:
(1)   Gilovich, T., Medvec, V. H., & Savitsky, K. (2000). The spotlight effect in social judgment: An egocentric bias in estimates of the salience of one's own actions and appearance. Journal of Personality and Social Psychology, 78(2), 211-222.